DEN HAAG - Infiltranten vormen een reëele dreiging in de Afghaanse provincie Kunduz, waar Nederland een politietrainingsmissie heeft.

Er zijn echter volgens de Militaire Inlichtingen- en Veiligheidsdienst (MIVD) geen bewijzen voor systematische infiltratie van Talibanstrijders in het Afghaanse leger of de politie. Dat heeft minister Hans Hillen (Defensie) vrijdag aan de Tweede Kamer gemeld.

Volgens de MIVD zijn alle incidenten tot nog toe eenmalige acties geweest van Talibanstrijders die zich gekleed in een nepuniform voordeden als agent of militair. Daarnaast is het voorgekomen dat lokale militairen of agenten worden gedwongen een aanslag te plegen.

De MIVD omschrijft de veiligheidssituatie in Kunduz als fragiel. De positie van de Taliban is verslechterd, maar die situatie is niet onomkeerbaar.

''De voedingsbodem voor instabiliteit blijft aanwezig en opstandelingen hebben de intentie om verloren terrein terug te winnen'', aldus Hillen.

Dreigementen

Eind juni uitte de Taliban al dreigementen aan het adres van de Nederlandse agenten en militairen in Kunduz. Met zelfmoordaanslagen en bermbommen willen zij de Nederlanders uitschakelen. Ook kondigde de radicale beweging aan infiltratie niet te zullen schuwen.

De Nederlandse politietrainingsmissie is bedoeld om Afghaanse agenten te trainen en op te leiden en om de zogeheten justitiële keten te versterken.

De missie loopt tot halverwege 2014. Afspraak is dat de Nederlanders in Kunduz alleen geweld mogen gebruiken om zichzelf en anderen te verdedigen. Ook de agenten die door de Nederlanders worden opgeleid, mogen niet worden ingezet als militairen.