MOGADISHU - De situatie in vluchtelingenkampen in Mogadishu is nog veel ernstiger dan in Kenia. Dat vertelt Ton Huijzer van de Stichting Vluchteling.

Hij heeft maandag als eerste Nederlander sinds de droogte een bezoek gebracht aan twee kampen. In de Somalische hoofdstad Mogadishu zitten naar schatting 100.000 mensen, op de vlucht voor de droogte elders.

In de kampen is de mazelen uitgebroken. Al vele kinderen zijn eraan gestorven, aldus Huijzer. ''Heel triest. Er moet vaccinatie beginnen, zoals in de kampen in Kenia.'' Berichten dat er ook cholera is uitgebroken, kon Huijzer niet bevestigen.

''Het zijn informele kampen, vol met een soort van zelfgemaakte iglo's van takken, lappen en plastic'', vertelt Huijzer. ''Er is heel, heel weinig hulp. Bij een kamp zagen we een truck met water aankomen, waarna vrouwen met emmers toesnelden. Er was geen bron of waterput. De gezondheidszorg is geheel afwezig.''

Onveilig

In het gebied zijn nauwelijks hulpverleners actief, omdat het er erg onveilig is. Het gebied is een soort niemandsland, waar veel gewapende groepen zich tegen buitenlanders verzetten. Huijzer, die zelf bewakers mee had en zich snel verplaatste, zag wel hulporganisaties uit Turkije en Qatar.

''Zij voeren wel hun logo’s en symbolen. Deze zijn kennelijk binnen de Somalische context meer acceptabel. Ik weet niet hoe die organisaties zich beveiligen.''

In Kenia zijn wel westerse en internationale organisaties actief. Daar zijn in kampen circa 400.000 vluchtelingen geregistreerd. Die zijn er volgens hulpverleners beter aan toe.

Huijzer zal zijn organisatie voorstellen om de beschikbare 250.000 euro via partners vooral te besteden aan gezondheidszorg.