KASHGAR - De politie heeft in het westen van China twee mannen doodgeschoten, die verdacht werden van betrokkenheid bij aanslagen. De twee hadden zich aan de rand van de stad Kashgar verstopt in een maïsveld, aldus lokale media dinsdag.

Het afgelopen weekeinde verliep onrustig in de regio Xinjiang, waar veel islamitische Oeigoeren wonen.

Zij voelen zich gediscrimineerd door de Han Chinezen en willen meer autonomie. Peking stelt echter dat de Oeigoeren gevaarlijke separatisten zijn en weigert hun meer rechten toe te kennen.

Bij een aanval op een restaurant in Kashgar kwamen zondag zes mensen om het leven. De politie schoot ter plaatse vijf verdachten dood.

Ook waren er zaterdag twee explosies in de stad. Op dezelfde dag werd met een gekaapte vrachtwagen ingereden op een groep voetgangers. De inzittenden stapten daarop uit en staken 13 mensen dood. Tientallen mensen raakten gewond.

Vijand

Volgens de politie zijn de aanslagen uitgevoerd door ''terroristen'' die zijn opgeleid in trainingskampen in Pakistan. ''Deze gewelddadige terroristen zijn de vijand van alle etnische groepen'', aldus de voorzitter van het regiobestuur van Xinjiang, Nur Bekri. ''Het gevecht tegen deze separatistische activiteiten zal moeilijk zijn en kan nog lang duren.''

Het is niet voor het eerst dat de spanning hoog oploopt in Xinjiang. In juli 2009 escaleerde de situatie in Urumqi, de hoofdstad van de regio. Daardoor kwamen zeker 200 mensen om het leven. Ruim 700 mensen werden gearresteerd.

Xinjiang ontstond in 1949, toen Peking Oost-Turkestan inlijfde. Daardoor vielen de twintig miljoen inwoners onder Chinese heerschappij. De grootste etnische groep in Xinjiang wordt gevormd door de Oeigoeren, een Turkssprekende minderheid van ongeveer acht miljoen mensen.