LONDEN - Met de moord op de militaire commandant van de Libische rebellen heeft het vertrouwen van westerse landen in de beweging die Moammar Gadhafi aan de kant wil zetten een flinke knauw gekregen.

De door raadselen omgeven dood van Abdel-Fattah Younis is een klap voor de Verenigde Staten, Groot-Brittannië, Frankrijk en andere landen die de slecht getrainde en onderling verdeelde oppositie steunen.

Younis was de gevreesde veiligheidschef van Kaddafi. Zijn overlopen naar de rebellen betekende voor hen een flinke opsteker, maar maakte hem ook gehaat bij beide kanten.

Vrijdag werd druk gespeculeerd of zijn dood het werk was van het regime of van zijn nieuwe kameraden, en wat dit voor vastgelopen burgeroorlog kon betekenen.

Verdeeld

Europa, de NAVO en Arabische landen zijn verdeeld hoe ver zij moeten gaan om Kaddafi weg te krijgen en hoeveel steun zij aan de rebellen moeten geven, een mengelmoes van stammen en facties waarvan onduidelijk is hoeveel gewicht zij in de schaal leggen, in zowel militair als politiek opzicht.

De dood van Younis komt nog geen twee weken nadat 32 landen waaronder de Verenigde Staten de oppositie formeel als legitieme regering van Libië erkenden, een status die miljarden aan geblokkeerde tegoeden van Kaddafi voor de rebellen kan vrijmaken.

Op de vlakte

Groot-Brittannië veroordeelt de moord, maar houdt zich verder op de vlakte. "Wat er precies gebeurd is, is onduidelijk", zei staatssecretaris van buitenlandse zaken Alistair Burt. De politiek leider van de rebellen had hem verzekerd dat de moord 'grondig onderzocht' zal worden.

De rebellen geven tegenstrijdige lezingen over de dood van Younis, wat het vertrouwen van het Westen ondergraaft. In eerste instantie werd gemeld dat Younis was opgepakt voor verhoor over zijn banden met het regime.

Militaire aangelegenheden

Later zei politiek leider Mustafa Abdul-Jalil dat Younis op het matje was geroepen om over 'militaire aangelegenheden' aan de tand te worden gevoeld, maar dat hij op weg daar naar toe was doodgeschoten, samen met twee medewerkers.

Een verdachte was aangehouden, maar de lijken waren niet gevonden. Abdul-Jalil zei niet wie er achter de moord stak, maar riep de rebellen op zich niets aan te trekken van 'deze pogingen van het Kaddafi-regime om onze eenheid te breken'.

Gedumpt

Een lid van de speciale strijdkrachten van de rebellen, Mohammed Agoury, beschuldigde een rebellengroep die zich de 'Martelarenbrigade van 17 februari' noemt ervan Younis te hebben vermoord en diens lichaam buiten Benghazi te hebben gedumpt.

Een lid van de Martelarenbrigade zei dat de groep over bewijzen beschikt dat Younis een 'verrader' was. "Het bewijs zal over een paar dagen naar buiten komen", zei hij. Hij wilde anoniem blijven omdat hij vreesde voor vergelding.

Grote klap

Fawaz Gerges, directeur van het Midden-Oostencentrum van de London School of Economics, zegt dat de dood van Younis 'een grote klap is voor de geloofwaardigheid van de rebellen'. "Parijs, Londen en Washington zijn waarschijnlijk flink geschrokken van deze wending. Ze rekenen erop dat de rebellen hun huis op orde brengen."

De dood van Younis is uit propaganda-oogpunt een enorme opsteker voor het kamp van Kaddafi, ook als het niet achter de moord zit. Younis behoorde tot de groep legerofficieren die zich in 1969 aansloten bij de staatsgreep die Kaddafi aan de macht bracht. Hij bleef de dictator meer dan veertig jaar trouw.

Wantrouwen

Younis was minister van binnenlandse zaken en commandant van de machtige Bliksembrigade toen hij enkele maanden geleden overliep naar de rebellen. Velen wantrouwden hem echter vanwege zijn vroegere banden met Kaddafi.

De moord kan leiden tot een tribale breuk binnen het rebellenverbond. Volgens Gerges wijzen berichten erop dat Abdul-Jalil de verschillende stammen bezweert dat de moord is gepleegd door een losgeslagen groep en niet is gesanctioneerd door de leiding.

Broosheid

De Franse krant Le Monde toonde zich vrijdag in een hoofdartikel bezorgd over 'de broosheid van de Libische oppositie'. De lezing die de rebellen van het gebeurde geven 'is niet erg geruststellend'.

"De raad, die niet ophoudt aan internationale legitimiteit te winnen, wekt nog altijd de indruk van een gedesorganiseerde beweging. Het ontbreekt hem aan krachtige politieke leiding en de militaire capaciteiten zijn beperkt, ondanks de steun van de NAVO."

Lees alles over de onrust in het Midden-Oosten in ons nieuwsdossier