AMSTERDAM - De eerste begrafenissen voor de mensen die vorige week vrijdag omkwamen bij de aanslagen in Oslo en op het eiland Utoya hebben vrijdag plaatsgevonden.

De Noorse premier Jens Stoltenberg was aanwezig bij een van de herdenkingsdiensten.

Alle mensen die 22 juli in Oslo en op Utoya omkwamen zijn inmiddels geïdentificeerd. Er wordt niemand meer vermist.

Stoltenberg

"Vandaag is het precies een week geleden dat Noorwegen werd getroffen door het kwaad", aldus Stoltenberg.

"We moeten leren leven met 22 juli, maar samen zullen we ons er doorheen slaan", zei de premier vanaf een podium versierd met rode rozen, het symbool van zijn sociaal-democratische Arbeiderspartij.

Eskil Pedersen, hoofd van de jeugdafdeling van de Arbeiderspartij, zei op een van de herdenkingsdiensten dat Anders Behring Breivik op 22 juli de kernwaarden van Noorwegen, zoals democratie, tolerantie en de strijd tegen racisme, heeft aangevallen.

"Lang voordat hij voor een rechter komt te staan kunnen wij nu al zeggen: hij heeft verloren", zei Pedersen. Hij bezwoer dat de jeugdbeweging van de Arbeiderspartij volgend jaar terugkeert naar Utoya voor hun jaarlijkse zomerkamp.

Moskee

Een andere herdenkingsdienst werd vrijdag gehouden in een moskee in een overwegend door immigranten bewoonde wijk in Oslo. Breivik, die zegt gehandeld te hebben om de islamitische verovering van Europa tegen te gaan, wordt vrijdag opnieuw verhoord door de politie.

Volgens de politie heeft Breivik, na jaren nauwkeurige planning, de aanvallen in zijn eentje uitgevoerd. Er zijn geen aanwijzingen die de bewering van Breivik, dat hij deel uitmaakt van een militant anti-moslimnetwerk in Europa, staven.

Alles over de aanslagen in Noorwegen in ons nieuwsdossier

Noren begraven slachtoffers Oslo en Utoya