DEN HAAG - De voormalige president van de Kroatische Serven Goran Hadzic (52) heeft maandagmiddag voor het Joegoslavië-Tribunaal in Den Haag geweigerd te zeggen of hij zich schuldig of onschuldig acht wat betreft de 14 punten van de aanklacht

Rechter Kwon O-gon uit Zuid-Korea gaf hem 30 dagen extra bedenktijd. De eerste voorgeleiding wordt dus over ongeveer vier weken voortgezet.

Hoofdaanklager Serge Brammertz beschuldigt Hadzic van moord, marteling, deportatie en andere misdaden, waarvan etnische Kroaten van 1991 tot 1993 het slachtoffer werden tijdens ''etnische zuiveringen'' in door Serven gecontroleerd gebied in Kroatië.

Hadzic werd woensdag opgepakt in Servië. Hij was de laatste voortvluchtige verdachte op het 'verlanglijstje' van 161 personen die het VN-hof sinds 1993 in staat van beschuldiging heeft gesteld wegens oorlogsmisdaden.

Vrijdag werd hij overgevlogen vanuit Belgrado en opgesloten in een van de speciale VN-cellen in de gevangenis van Scheveningen.

Vermoeid

Hadzic oogde vermoeid tijdens de zitting maandag. Hij had de tenlastelegging weliswaar besproken met zijn advocaat, Vladimir Petrovic, maar wilde toch extra bedenktijd. De procedureregels van het hof voorzien daarin.

Hadzic heeft volgens veel waarnemers niet het belang van prominente verdachten als Milosevic, Karadzic en Mladic, maar Brammertz noemde hem tijdens een persconferentie vrijdag toch een ''belangrijke politieke figuur'' tijdens de oorlogen die met het uiteenvallen van Joegoslavië gepaard gingen.

Voorgeleiding

De Duitstalige Belg was dan maandag ook zelf naar de rechtszaal gekomen, terwijl hoofdaanklagers van het tribunaal de voorgeleiding van een minder belangrijke verdachte geregeld overlaten aan een medewerker.

De eerste voorgeleiding van Hadzic had plaats in rechtszaal 1 van het tribunaalgebouw aan het Churchillplein in het statige Haagse Statenkwartier. Dat is dezelfde rechtszaal waar Dusko Tadic op 26 april 1995 zei: ''Ik ben onschuldig!''. De Bosnische Serf kwam als eerste verdachte in handen van het tribunaal.