NEW YORK - Er is ''overweldigend bewijs'' voor marteling onder de vorige Amerikaanse president George Bush.

Zijn opvolger Barack Obama moet dan ook opdracht geven tot een diepgravend strafrechtelijk onderzoek.

Dit stelt de mensenrechtenorganisatie Human Rights Watch (HRW) in een dinsdag gepubliceerd rapport. De organisatie wijst erop dat de VS volgens de Conventie tegen Marteling verplicht zijn tot strafvervolging over te gaan.

Als de VS in gebreke blijven, moeten andere landen die taak op zich nemen, aldus HRW.

Waterboarding

HRW hekelt dat Bush, zijn plaatsvervanger Cheney, minister van Defensie Rumsfeld en CIA-directeur Tenet ondervragingstechnieken als 'waterboarding' hebben goedgekeurd. De verdachte krijgt daarbij het gevoel dat hij verdrinkt.

Ook liet het Bushbewind mensen opsluiten in geheime gevangenissen en werden terreurverdachten overgedragen aan landen als Egypte en Syrië, waar zij gevaar liepen te worden gemarteld.

Obama

Obama beloofde in 2009 aantijgingen van marteling door de Amerikaanse overheid te onderzoeken. Tevens stelde hij functionarissen gerust die slechts instructies hadden opgevolgd. Daar zit hem volgens HRW juist het probleem.

Het Witte Huis gaf na de aanslagen van 11 september 2001 juristen de opdracht rechtvaardigingsgronden te zoeken voor de omstreden methodes. Daarom horen volgens HRW ook de juridische 'architecten' van de martelprogramma's zoals Alberto Gonzales voor de rechter te komen.

Die noemde tijdens de oprichting van kamp Guantanamo Bay de Geneefse Conventies over de behandeling van krijgsgevangenen 'achterhaald'.

''President Obama heeft marteling behandeld als een ongelukkige beleidsbeslissing in plaats van als een misdaad'', aldus HRW.