WELLINGTON - De jonge keizerspinguïn die maandagavond op een strand in Nieuw-Zeeland opdook, is inmiddels een toeristische attractie geworden.

Tientallen mensen komen het circa 10 maanden oude dier bekijken. Dat melden lokale media.

''Er is een continue stroom van bezoekers die even naar de pinguïn komen kijken'', aldus Peter Simpson van het ministerie van Milieu. ''Het dier toont geen angst voor mensen.''

Ook van een langsgalopperend paard had de pinguïn geen last. Bezoekers wordt gevraagd hun hond aan te lijnen, om te voorkomen dat de onverwachte gast wordt doodgebeten.

44 jaar

Het is 44 jaar geleden dat in Nieuw-Zeeland voor het laatst een keizerspinguïn is gezien. Het dier is duizenden kilometers afgedwaald van de Zuidpool, waar deze grootste pinguïnsoort normaal leeft.

Het ongeveer 80 centimeter lange dier lijkt gezond te zijn, maar kan volgens experts niet eeuwig overleven in de relatief warme omstandigheden in het noorden van Nieuw-Zeeland.

Zo eet het dier momenteel van het zand, zoals het op de Zuidpool sneeuw zou eten om voldoende vloeistoffen binnen te krijgen. In warme periodes kan het dier ook zout water drinken, maar in de winter is dat geen optie.

Leefomgeving

Om te overleven moet de pinguïn dus terug naar zijn natuurlijke leefomgeving. Maar ook dat brengt volgens Simpson problemen met zich mee.

''Het dier is nu blootgesteld aan ziektes - exotische ziektes. Het laatste wat we willen is dat deze pinguïn deze ziektes meeneemt naar de kolonies op Antarctica.''

Het ministerie is dan ook geen voorstander van het terugbrengen van het dier naar de Zuidpool.

Tegelijkertijd stelt Simpson niet van plan te zijn de pinguïn te verhinderen om terug te keren naar het zuiden als het dier zelf besluit dat het tijd is om zijn bijzondere vakantiebestemming te verlaten.

Keizerspinguïn Nieuw-Zeeland