GENEVE - Terwijl in veel rijke landen het verzet groeit tegen de opname van meer buitenlanders, zijn het vooral arme landen die de zwaarste lasten dragen als het gaat om het opvangen van vluchtelingen en ontheemden.

Dit blijkt uit het jaarverslag voor 2010 dat het Hoge Commissariaat voor de Vluchtelingen van de VN (Unhcr) maandag heeft gepresenteerd.

Tachtig procent van de vluchtelingen en ontheemden wereldwijd verblijft in ontwikkelingslanden. Pakistan, Iran en Syrië huisvesten de grootste groepen met respectievelijk 1,9 miljoen, 1,1 miljoen en 1 miljoen.

Er bestaan dan ook ''verontrustende misvattingen'' over de verdeling van de lasten van het vluchtelingenprobleem, aldus Hoge Commissaris António Guterres.

Overdreven

Angsten over de vermeende grote stroom van vluchtelingen in de geïndustrialiseerde landen worden sterk overdreven of ten onrechte verward met vraagstukken over migranten. Ondertussen zijn het vooral de armere landen die voor de lasten opdraaien.

Het rapport schetst een drastisch veranderd beeld van het beschermingsklimaat ten opzichte van 60 jaar geleden, toen Unhcr werd opgericht.

Tweede Wereldoorlog

Op dat moment omvatte de taak van Unhcr 2,1 miljoen Europeanen, ontworteld door de Tweede Wereldoorlog. Vandaag de dag strekt het werk van Unhcr zich uit over meer dan 120 landen waar 43,7 miljoen mensen op de vlucht zijn.

Van dit totaal zijn 15,4 miljoen mensen vluchteling (10,6 miljoen onder de zorg van Unhcr en 4,8 miljoen onder Unrwa die namens de VN voor de Palestijnen zorgt), 27,5 miljoen ontheemd in eigen land door conflicten en bijna 850.000 asielzoekers.

Langdurig

Steeds meer mensen zijn langdurig vluchteling. Het Unhcr definieert een langdurige vluchtelingensituatie als een toestand waarbij een groot aantal mensen voor vijf jaar of langer buiten het land van herkomst verblijven.

In 2010 bevonden zich, van de vluchtelingen onder het mandaat van Unhcr, 7,2 miljoen mensen in een dergelijke situatie - het hoogste aantal sinds 2001.

Laagste

Ondertussen waren slechts 197.600 mensen in staat om naar huis terug te keren, het laagste aantal sinds 1990.

Sommige vluchtelingen bevinden zich al meer dan 30 jaar in een langdurige vluchtelingensituatie, zoals Afghanen die voor de Sovjet-invasie vluchtten in 1979. ''Eén vluchteling zonder hoop is er een teveel'', aldus Guterres.