TOKIO - Japan heeft zaterdag walvisvaarders op weg gestuurd naar het noorden van de Grote Oceaan om 260 walvissen te gaan vangen.

De dieren zijn volgens de autoriteiten nodig voor wetenschappelijk onderzoek. Dat meldde het aan de overheid gelieerde Instituut voor Onderzoek naar Walvisachtigen.

De drie walvisvaarders moeten voor eind augustus de dieren vangen, zodat onder meer de maaginhoud van de walvissen kan worden onderzocht, aldus het instituut.

Japan is een van de drie landen ter wereld die zich niet houden aan het verbod op de walvisjacht. Tokio laat jagen toe onder het mom van wetenschappelijk onderzoek, maar veel walvisvlees komt gewoon in de supermarkt terecht.

Terugkeren

Eerder dit jaar ging de walvisvloot ook al op pad. De schepen werden door activisten echter zo gehinderd dat ze voor het einde van het seizoen al moesten terugkeren naar het vasteland. De walvisvloot doodde afgelopen seizoen 172 walvissen, een vijfde van het geplande totaal.

Japan stelt zich op het standpunt dat er meer dan voldoende dieren zijn om op te jagen. Veel andere landen zijn het daar niet mee eens. Het lukt echter al jaren niet om Japan via diplomatieke wegen te laten ophouden met de jacht.

Rechter

Daarom heeft Australië besloten naar het Internationaal Gerechtshof, dat juridische geschillen tussen staten beslecht, te stappen in de hoop dat de rechters Japan de jacht verbieden.

De Internationale Walvisvaart Commissie (IWC) komt in juli in Noorwegen bij elkaar voor de jaarlijkse vergadering. De hoop van dierenbeschermers is dat dit orgaan Japan ertoe kan brengen te stoppen met jagen, maar dat is tot nog toe niet gelukt.