ABU DHABI - De Libische rebellen die zich verzetten tegen dictator Muammar Kaddafi hebben donderdag miljoenen euro's toegezegd gekregen van Italië, Koeweit en Frankrijk. Italië verstrekt 400 miljoen euro in cash en brandstof aan Benghazi, het bolwerk van het verzet.

Koeweit is goed voor bijna 125 miljoen euro en Frankrijk voor 290 miljoen euro.

Volgens de rebellen is 2 miljard euro nodig om de komende vier maanden door te komen. ''We moeten de mensen in Benghazi hun salaris betalen'', aldus Abdurrahman Mohamed Shalgham, de voormalige Libische minister van Buitenlandse Zaken die zich bij de rebellen heeft aangesloten.

Hij hoopt dat de bevroren Libische tegoeden in het buitenland beschikbaar komen voor de rebellen.

Onderpand

Italië gaat de 5,5 miljard euro die Libië op Italiaanse banken heeft gezet, gebruiken als onderpand voor een lening.

Ongeveer 250 miljoen euro wordt tegen zachte voorwaarden aan de rebellen geleend. De rest van de toegezegde hulp komt in de vorm van brandstof naar Benghazi.

Volgens de Franse minister van Buitenlandse Zaken, Alain Juppé, staat het geld op rekeningen van de Libische Centrale Bank, maar behoort het toe aan de Nationale Overgangsraad van de rebellen.

Het geld ''is bestemd voor humanitaire doelen. Het is bedoeld om de levensomstandigheden in steden te verbeteren.''

Bijeenkomst

De toezeggingen werden gedaan op een bijeenkomst van westerse en Arabische landen in de Verenigde Arabische Emiraten. Daar was ook de 'rebellenminister' van Olie en Financiën, Ali Tarhoni.

Hij stelde dat er een financieringsmechanisme moet komen om de opstandelingen te helpen. Als daar geen afspraken over worden gemaakt, ''dan is deze bijeenkomst een totale mislukking'', aldus Tarhoni.

Olie

Volgens de minister zijn de rebellen spoedig in staat meer dan 100.000 vaten olie per dag op te pompen in het oosten van Libië.

Voor het uitbreken van het grootschalige verzet tegen Kaddafi in februari produceerde Libië 1,7 miljoen vaten per dag. Het merendeel daarvan werd geëxporteerd naar Europa. De rebellen stelden de afgelopen weken vooralsnog niet toe te komen aan de olieproductie.