GENEVE - Zowel de troepen van leider Muammar Kaddafi als de opstandelingen hebben zich schuldig gemaakt aan oorlogsmisdaden tijdens de burgeroorlog in Libië.

Dat blijkt uit onderzoek van de Mensenrechtencommissie van de Verenigde Naties waarvan de resultaten woensdag naar buiten zijn gebracht.

Het VN-onderzoeksteam stond onder leiding van de Egyptische jurist Cheriff Bassiouni. De andere leden waren de Jordaans-Palestijnse mensenrechtenadvocate Asma Khader en de Canadese jurist Philippe Kirsch, de eerste voorzitter van het Internationaal Strafhof. Zij waren vanaf eind april in Libië voor hun onderzoek.

Het trio stelt vast dat er aanwijzingen zijn dat beide kampen in Libië oorlogsmisdaden hebben gepleegd. Wel zijn de berichten die de onderzoekers ontvingen over schendingen van de mensenrechten door het regime een stuk talrijker.

Geweld

Kaddafi's troepen hebben volgens de commissie ''excessief geweld'' gebruikt tegen vreedzame betogers.

Zij zouden ook gewonden de toegang tot ziekenhuizen hebben ontzegd en willekeurig mensen hebben opgepakt en gemarteld. Verder zijn er sterke aanwijzingen van ''systematische aanvallen tegen de burgerbevolking''.

Buitenlandse arbeiders

De opstandelingen zouden onder meer gevangenen hebben gemarteld. Onder hen waren ook buitenlandse arbeiders van wie de rebellen dachten dat zij huurlingen van Kaddafi waren. Ook die daden kunnen volgens de commissie als oorlogsmisdaden worden gekwalificeerd.

De commissieleden baseren hun conclusies op onder meer gesprekken met meer dan 350 personen, onder wie gevangenen en vluchtelingen. Zij hebben 5000 pagina's aan documenten bestudeerd, alsmede 580 video's en 2200 foto's.

Bont gezelschap

De Mensenrechtenraad is een bont gezelschap van 47 VN-lidstaten met zeer uiteenlopende reputaties op het gebied van mensenrechten. Libië is zelf ook lid, maar werd geschorst nadat Kaddafi zijn leger opdracht had gegeven op burgers te schieten.

Alles over de onrust in het Midden-Oosten op onze special