DEN HAAG - De eerste aanklachten van Joegoslavië-Tribunaal tegen de bevelhebber van de Serviërs in Bosnië-Herzegovina dateren van juli 1995.

Hij werd toen samen met de politieke leider van de Bosnische Serviërs, Radovan Karadzic, eerst aangeklaagd wegens misdaden rond de belegering van Sarajevo en in gevangenkampen in Bosnië.

In november 1995 klaagde het tribunaal beide leiders ook aan inzake Srebrenica. Als gevolg daarvan zijn de aanklachten tegen Mladic inmiddels samengevoegd tot vijftien punten:

- genocide (volkerenmoord) en medeplichtigheid aan genocide, gepleegd in onder meer Srebrenica en het district Prijedor met zijn kampen als Omarska

- zeven punten van misdaden tegen de menselijkheid; zoals vervolging om politieke, raciale en religieuze redenen, uitroeiing, moord, gedwongen deportatie en onmenselijk handelen

- zes punten van oorlogsmisdaden; zoals moord, het terroriseren van de burgerbevolking, het plegen van wreedheden, aanvallen op burgers en het nemen van gijzelaars