SEOUL - De Amerikaanse voormalig president Jimmy Carter zegt dat het het geïsoleerde Noord-Korea dringend voedselhulp nodig heeft. Als de Verenigde Staten en Zuid-Korea het hongerlijdende land voedselhulp onthouden, is dat een schending van de mensenrechten.

Carter bracht de afgelopen dagen een bezoek aan het straatarme communistische land.

Samen met drie andere oud-politici, onder wie Mary Robinson voormalig president van Ierland, heeft hij geprobeerd de spanningen tussen Noord- en Zuid-Korea te verminderen en de regering in Pyongyang aan te zetten tot nucleaire ontwapening.

Volgens Carter is een doorbraak op die punten echter niet in zicht.

'Extreem groot probleem'

Robinson beschreef het voedseltekort als een ''extreem groot probleem" veroorzaakt door een zeer koude winter, overstromingen en een uitbraak van mond-en-klauwzeer. Dat de Verenigde Staten en Zuid-Korea geen voedsel meer leverden aan het land verergerde de situatie nog meer.

Door hongersnood heeft volgens een voormalige chef van de Wereldgezondheidsorganisatie, een derde van de Noord-Koreaanse kinderen een groeiachterstand.

Geen randvoorwaarden

De Noord-Koreaanse leider Kim Jong-il, die niet bij de gesprekken was, heeft volgens de 86-jarige Carter wel verklaard dat hij bereid is een top te beleggen met Zuid-Korea, de Verenigde Staten of derden. Hij stelt daarvoor geen randvoorwaarden.

Noord-Korea heeft toegezegd dat de voedseldistributie gecontroleerd mag worden. Het land is er meerdere malen van beschuldigd dat het alleen voedsel aan het leger gaf.