DAMASCUS - De Syrische president Bashar al-Assad heeft de noodtoestand in Syrië opgeheven. Hij tekende daartoe een decreet berichtte de staatstelevisie donderdag.

De noodtoestand gold sinds 1963 en is een instrument dat burgers essentiële rechten ontzegt en het staatsapparaat met bevoegdheden overlaadt. De noodtoestand maakte oppositie, zoals de vorming van politieke partijen, onmogelijk.

De speciale veiligheidstribunalen die bij de draconische wetgeving hoorden, zijn ook opgeheven, meldde de staatsomroep. De Syriërs kunnen vreedzaam demonstreren indien ze dat willen.

''Dat recht om te demonstreren is een van de wezenlijke mensenrechten die door de grondwet van Syrië worden gegarandeerd.''

Nutteloos

De vooraanstaand mensenrechtenactivist en jurist Haitham al-Maleh noemde in een reactie de opheffing van de noodtoestand nutteloos, zolang er geen onafhankelijke rechterlijke macht bestaat en zolang de veiligheidsdiensten zich niet hoeven te verantwoorden voor onafhankelijke instellingen.

De 80-jarige Maleh kreeg in 2006 de Geuzenpenning voor zijn moed de kwestie van mensenrechten in het uiterst repressieve Syrië naar voren te brengen.

Felle protesten

De president schuift de na een staatsgreep in 1963 uitgeroepen noodtoestand terzijde als gevolg van felle protesten in het doorgaans effectief en hard onder de duim gehouden land. Sinds de betogingen vorige maand begonnen, zijn volgens Amnesty International meer dan 220 mensen gedood bij het neerslaan van de spontane uitingen van onvrede met het regime.

De alawitische familie Assad regeert sinds 1970. Toen pleegde de toenmalige minister van Defensie, Hafez al-Assad, een staatsgreep. Hij overleed elf jaar geleden en werd opgevolgd door zijn zoon Bashar.

Profiel Syrië

Alles over de onrust in het Midden-Oosten