TOKIO - Japan hoopt op zaterdag te kunnen stoppen met het lozen van radioactief besmet water in zee. Dat maakte Tepco, de exploitant van de kapotte kerncentrale Fukushima I, vrijdag bekend.

Het besmette water wordt al vijf dagen in zee geloosd, omdat er geen ruimte meer is om het water op te slaan. Daardoor is de baai voor de nucleaire installatie, op ongeveer 250 kilometer ten noorden van hoofdstad Tokio, ernstig vervuild.

Op sommige plekken werden metingen gedaan van 4800 keer de wettelijk toegestane hoeveelheden vervuilende stoffen. Er zijn al vissen gevangen die radioactief besmet bleken te zijn.

Fukushima I kampt met grote problemen door de zware aardbeving en de verwoestende tsunami die Japan op 11 maart troffen. Circa 28.000 mensen staan op de lijst van doden en vermisten. De nucleaire ramp die ontstond door het natuurgeweld, is de ergste sinds Tsjernobyl in 1986.

Vooruitgang

Volgens de nucleaire waakhond van de VN (IAEA) zijn er tekenen van vooruitgang bij Fukushima I. Eerder deze week werd tot grote opluchting een scheur in een kernreactor gedicht. Technici waren daar al weken mee bezig.

De afgelopen dagen is het stralingsniveau in het gebied rond de kerncentrale dan ook gedaald, aldus het IAEA.

De medewerkers van Fukushima I zullen nog zeker weken en mogelijk maanden bezig zijn om de situatie volledig onder controle te krijgen. Het opruimen van het nucleaire afval zal volgens experts nog jaren gaan duren.

Alles over de aardbeving in Japan en de gevolgen er van op de special