WASHINGTON - Managers van het Britse olieconcern BP worden mogelijk aangeklaagd voor doodslag wegens de explosie van het boorplatform in de Golf van Mexico vorig jaar.

Daardoor kwamen elf mensen om. Dat meldde het financieel persbureau Bloomberg dinsdag op basis van bronnen rond de zaak.

De explosie van het booreiland Deepwater Horizon op 20 april leidde tot de grootste olieramp in de Verenigde Staten ooit. Aanklagers verdenken managers van BP ervan in de aanloop naar de ramp beslissingen te hebben genomen die mede hebben geleid tot de dood van de werknemers en de olieramp.

Managers zouden daarbij veiligheid hebben opgeofferd voor snelheid en kostenbesparingen.

Nalatigheid

BP heeft toegegeven dat er fouten zijn gemaakt, maar spreekt tegen dat sprake is van grove nalatigheid. Als doodslag wordt bewezen, kan dat grote financiële gevolgen hebben voor het concern, omdat nieuwe rechtszaken kunnen volgen. Ook kunnen miljardenboetes en hoge gevangenisstraffen worden opgelegd.

De aanklagers houden ook de uitspraken van topbestuurders van BP in een hoorzitting in het Amerikaanse Congres tegen het licht. Daarbij wordt gekeken of er valse verklaringen zijn afgelegd. Zo zei toenmalig BP-topman Tony Hayward dat hij niet was betrokken in de besluitvorming rond Deepwater Horizon.

Cement getest

Verder kijken de onderzoekers onder meer naar een test om de stevigheid en stabiliteit te bepalen van het cement dat werd gebruikt om het boorgat te dichten. Die test zou zijn overgeslagen, terwijl er waarschuwingen waren dat het cement niet sterk genoeg zou zijn om lekkage te voorkomen.

BP heeft 20 miljard dollar vrijgemaakt om schade door de olieramp en de opruimkosten te compenseren.