BRUSSEL - De NAVO neemt het commando over de handhaving van de no-flyzone boven Libië over van de Verenigde Staten. Dat heeft NAVO-topman Anders Fogh Rasmussen donderdag gezegd.

Volgens de Amerikaanse viceadmiraal Bill Gortney proberen de Verenigde Staten om het commando mogelijk dit weekeinde al over te dragen.

De lidstaten van de militaire alliantie bereikten donderdagavond na lange onderhandelingen een akkoord over een militaire rol van de NAVO in Libië. Turkije was lang tegen militaire inmenging door het bondgenootschap.

Rasmussen liet doorschemeren dat de NAVO alleen de no-flyzone zal gaan handhaven, maar wellicht geen bombardementen op gronddoelen uitvoert.

Turkije liet de afgelopen weken weten daar tegen te zijn. Wel mag de NAVO zichzelf volgens hem verdedigen. Hij zei dat de operaties van de internationale coalitie naast die van de NAVO blijven bestaan.

Gronddoelen

De internationale coalitie voert wel bombardementen op gronddoelen uit. Rasmussen zei dat de lidstaten verder praten over een uitgebreidere rol voor de NAVO.

Dinsdag werd al bekend dat de NAVO het wapenembargo tegen Libië ging controleren in de Middellandse Zee. Aan die missie doet ook Nederland mee, met de inzet van onder andere F-16's.

Ondertussen lukt het de internationale coalitie niet om de grondtroepen van de Libische leider Muammar Kaddafi af te schrikken met bombardementen. Na vijf dagen van luchtaanvallen gingen de gevechten donderdag onverminderd door.

Luchtaanvallen

De luchtaanvallen op Libië zullen volgens de Franse minister van Buitenlandse Zaken Alain Juppé nog wel even doorgaan. Hij zei dat het uitschakelen van de troepen van Kaddafi ''een kwestie van dagen of weken is, maar zeker niet van maanden''. Maar vooralsnog lijkt de Libische dictator geen centimeter te wijken in de steden waar hij al de baas is.

Aan het oostelijke front zijn rebellen de oliestad Ajdabiyah dicht genaderd. Ze kunnen de plaats echter niet veroveren op de Kaddafi-getrouwen.

Zware wapens

De nauwelijks gecoördineerde pogingen stranden vooral door de zware wapens die het leger nog steeds kan gebruiken. Volgens de rebellen worden ze beschoten met tanks, kanonnen en raketten.

In het westen wordt nog gevochten in Misurata en Zintan. Het lukte buitenlandse gevechtsvliegtuigen in Misurata om tanks te verwoesten in de buitenwijken.

Maar de troepen van Kaddafi hebben nog wel tanks in het centrum, waarmee ze de opstandelingen in de stad belagen. In Zintan is het rustiger dan in de afgelopen dagen, maar buiten de stad staan nog altijd tientallen tanks.

Volhouden

Het is moeilijk in te schatten hoe lang Kaddafi de strijd kan volhouden. Het is bekend dat de Libische leider over grote hoeveelheden contant geld beschikt, waarmee hij de oorlog voorlopig bekostigt. Het wordt hem echter moeilijk gemaakt om aan wapens en munitie te komen door het wapenembargo.

De Internationale Organisatie voor Migratie (IOM) schat dat er nog altijd ruim 800.000 buitenlandse arbeiders in Libië zijn. Het is niet duidelijk hoeveel van hen het land willen verlaten.

Begin maart had de IOM de Libische overheid al gevraagd of zij een humanitaire missie mocht beginnen om de duizenden buitenlanders te evacueren. Libië heeft nog geen antwoord gegeven.