AMSTERDAM - De beheerder van de Japanse Fukushima Dai-ichi-kerncentrale, Tepco, heeft in de weken voorafgaand aan de verwoestende zeebeving en de daaropvolgende tsunami in Japan herhaaldelijk nagelaten inspecties uit te voeren op het complex.

Dat concludeert het Japanse nucleaire veiligheidsbureau in een rapport dat negen dagen voor de ramp verscheen.

Tepco verzuimde 33 onderdelen van de centrale te inspecteren. Volgens het veiligheidsbureau ontbrak het in de kerncentrale onder meer aan een noodgenerator, pompen en andere onderdelen van het koelingsysteem dat na de tsunami in gebreke bleef, met oververhitting en het vrijlaten van radioactieve gassen tot gevolg.

Voor de crisis lag Tepco al onder vuur, omdat het onderhoud van de kerncentrales in zijn beheer te wensen overliet. Vorig jaar sloeg Tepco al tientallen inspecties over bij de kerncentrale Kashiwazaki Kariwa, een centrale die door een aardbeving in 2007 in grote problemen kwam. Acht mensen vonden destijds de dood.

Kelder

Na de ramp van anderhalve week geleden bekritiseerde het veiligheidsbureau echter alleen het opslaan van noodgeneratoren in een kelder, waardoor die onder water kwamen te staan en onbruikbaar waren.

Nutsbedrijven slaan inspecties vaak over om apparatuur buiten onderhoudsperiodes om niet te hoeven uitschakelen. In het rapport is echter een verontrustend lange waslijst opgenomen van inspecties die door Tepco niet zijn uitgevoerd.

Saillant detail is dat Tepco als grootste nutsbedrijf van Japan aanzienlijke invloed heeft, ook op het veiligheidsbureau dat het doen en laten van Tepco moet controleren.

Lees alles over de tsunami op onze special