HILVERSUM - In Libië zijn nog ongeveer vijftig Nederlanders. De helft van hen wil het Noord-Afrikaanse land verlaten. Dat heeft het ministerie van Buitenlandse Zaken vrijdagavond gemeld.

De negen Nederlandse evacués die donderdag vanuit Libië naar Sicilië vlogen zijn vrijdagavond op Schiphol aangekomen. Zij verlieten de luchthaven buiten het zicht van de in aankomsthal wachtende journalisten.

De Nederlanders waren samen met 33 andere personen in de Libische hoofdstad Tripoli opgehaald met een transportvliegtuig van de Nederlandse luchtmacht. Zij brachten de nacht van donderdag op vrijdag in hotels op Sicilië.

De Nederlanders die daar nog zijn bevinden zich op plaatsen verspreid door het land. Communicatie met hen is vaak moeilijk en soms onmogelijk, aldus het departement. De Nederlandse ambassade en het ministerie blijven zoeken naar mogelijkheden om hen te helpen uit Libië weg te komen.

Militair toestel

Op het Italiaanse eiland Sicilië staat een Nederlands militair toestel klaar dat opnieuw naar Tripoli zou kunnen vliegen om mensen te evacueren.

Voor de kust van Libië vaart het marineschip Hr. Ms. Tromp, dat ook kan helpen bij de evacuatie. De Nederlanders die donderdag uit Tripoli zijn geëvacueerd, komen vrijdagavond aan op luchthaven Schiphol.

Minister Uri Rosenthal van Buitenlandse Zaken is voorstander van een wapenembargo, het bevriezen van Europese banktegoeden van Libische leiders en een reisverbod vanuit Libië voor leden van het regime. De maatregelen zullen gepaard gaan met (medische) noodhulp aan de bevolking, aldus de bewindsman.

Ook is volgens hem grondig onderzoek nodig of de Libische leider Muammar Kaddafi moet worden berecht. Het zou het mooiste zijn als er over een tijd een nieuw regime komt en rechters uit eigen land dan hun voormalige leiders zouden berechten, zei Rosenthal. Als dat niet mogelijk is, kan de zaak volgens hem worden voorgelegd aan bijvoorbeeld het Internationaal Strafhof in Den Haag.