PYONGYANG - Noord-Korea heeft Zuid-Korea donderdag de schuld gegeven van het mislukken van de militaire gesprekken tussen beide rivaliserende landen woensdag.

Het noemt de Zuid-Koreanen verraders. Het streng-communistische land zegt dat het zuidelijke buurland de verhoudingen niet echt wil verbeteren en verwerpt nieuwe gesprekken.

De tweedaagse ontmoeting was bedoeld om de grote spanning te verminderen. De spanning was huizenhoog opgelopen toen Noord-Korea in november een Zuid-Koreaans eiland beschoot met granaten.

Daarbij kwamen twee militairen en twee burgers om het leven.

Verraders

''Het leger en het volk van Noord-Korea voelen geen noodzaak meer om te onderhandelen met de groep verraders, nu zij niet langer de relaties willen verbeteren maar dialoog totaal verwerpen'', aldus een verklaring van Noord-Korea.

Eerder had Zuid-Korea gezegd dat de Noord-Koreanen zomaar van de gesprekstafel waren weggelopen. ''We houden de deur open. We zullen afwachten'', zei de Zuid-Koreaanse minister van Eenwording.

Excuses

Het zuiden had excuses geëist voor de beschieting van het eiland en voor het laten zinken van een fregat in maart 2010.

Maar Noord-Korea ontkent al tijden dat het iets te maken heeft met het fregat en zegt dat de beschieting van het eiland nodig was uit zelfverdediging.

Nieuwe ontmoetingen

 De verzoeningsgesprekken in grensdorp Panmunjom hadden de agenda moeten bepalen voor een reeks nieuwe ontmoetingen tussen onderhandelaars. De gesprekken zouden onder meer moeten leiden tot contact tussen families die gescheiden leven in Noord- en Zuid-Korea.

De Verenigde Staten noemen het weglopen van de Noord-Koreanen een ''gemiste kans'' om te tonen dat het land de banden serieus wil aanhalen.

Momentum vasthouden

China, een van de weinige bondgenoten van Noord-Korea, heeft Noord- en Zuid-Korea opgeroepen om de dialoog te hervatten.

''We hopen dat de twee partijen het momentum voor dialoog en contact kunnen vasthouden'', zei een woordvoerder van het Chinese ministerie van Buitenlandse Zaken. Hij drong erop aan dat de twee landen elkaar halverwege tegemoet komen en samenwerken om hun relaties te verbeteren.