AMSTERDAM - De noodtoestand in Algerije, die al sinds 1992 van kracht is, wordt 'in de nabije toekomst' opgeheven. Dat heeft de Algerijnse president Abdelaziz Bouteflika volgens het Algerijnse staatspersbureau APS donderdag gezegd.

Bouteflika heeft de regering tevens gevraagd om een alternatieve manier te verzinnen om het extremisme te bestrijden.

De noodtoestand werd in 1992 uitgeroepen toen Algerijnse regeringstroepen in een burgeroorlog verwikkeld waren met moslimextremisten. De jarenlange strijd kostte aan zeker tweehonderdduizend mensen het leven.

Het geweld is sterk afgenomen en de laatste tijd worden er nog maar weinig aanslagen door moslimextremisten gepleegd.

Betogingen

Tegenstanders van Bouteflika dringen al langere tijd aan op het opheffen van de noodtoestand. Volgens hen gebruikt de regering de maatregel als een excuus om betogingen te verbieden in de hoofdstad Algiers. De regering beweert echter dat de noodtoestand een essentieel wapen was in de strijd tegen terrorisme.

Volgens Bouteflika heeft de noodtoestand 'op geen enkel moment pluralistische politieke activiteiten in de weg gestaan'. Hij benadrukte dat het verbod op demonstraties in Algiers gehandhaafd blijft, ook nadat de noodtoestand is opgeheven. Dit is volgens hem nodig om de openbare orde te bewaren.

Gevarenzone

Een oppositiegroep heeft eerder aangekondigd op 12 februari de straat op te gaan. De regering heeft gewaarschuwd dat demonstraties nog steeds verboden zijn. Volgens de politie zijn de demonstranten verantwoordelijk als de betoging uitloopt op geweld.

Net als in andere Noord-Afrikaanse buurlanden bevindt Algerije zich in de gevarenzone. Vorige maand braken in het land al protesten uit vanwege een sterke stijging van de voedselprijzen. Deze week ging ziekenhuis- en bankpersoneel uit onvrede met de regering in staking.