DHAKA - Zeker drie mensen zijn zondag omgekomen toen de politie ingreep tijdens massale betogingen van textielarbeiders om meer salaris in de Bengaalse hoofdstad Dhaka en de belangrijkste havenstad Chittagong.

Ten minste 185 mensen raakten gewond. De politie zette traangas in en schoot met rubberen kogels om de vele duizenden mensen uiteen te drijven.

De meeste gewonden vielen in Chittagong, dat ongeveer 300 kilometer ten zuidoosten van de hoofdstad ligt. Volgens de politie vielen ongeveer vierduizend arbeiders de politie aan en voertuigen werden in brand gestoken. Ook bekogelden de woedende arbeiders met stenen naar agenten en politiebureaus.

In totaal gingen zeker twintigduizend arbeiders in de havenstad de straat op om hun looneisen kracht bij te zetten. Op zaterdag kwamen de eerste boze werknemers al in opstand nadat enkele ondernemingen het sinds 1 december wettelijke minimumloon weigerde uit te betalen. Ongeveer driehonderd fabrieken in Chittagong sloten zondag hun deuren vanwege de gewelddadige protesten.

In de 4500 textielfabrieken in Bangladesh wordt voornamelijk kleding voor westerse merken gemaakt. Ongeveer 85 procent van de drie miljoen arbeiders in de textielindustrie is vrouw.

Salarissen

De regering verhoogde de salarissen van arbeiders in de textielindustrie enkele maanden geleden, maar volgens de betogers hebben ze geen hoger salaris ontvangen.

Het minimumloon is van 1662 taka (18 euro) verhoogd tot 3000 taka (32 euro) per maand. Ook in Rupganj ten noordwesten van Dhaka kwamen vijfduizend arbeiders in opstand om hun achterstallige loonbetalingen op te eisen.

Meer dan 80 procent van de jaarlijkse export verdient Bangladesh met textiel. Er wordt meer dan 12 miljard euro uitgevoerd naar veelal westerse landen.