HAIFA - Israëls grootste bosbrand ooit heeft donderdag tientallen levens gekost. Veertig bewakers van een gevangenis zijn omgekomen, toen hun bus werd verzwolgen door de vuurzee.

Het vuur had donderdagavond al 2800 hectare verwoest. Premier Benjamin Netanyahu sprak over een ongekende ramp voor zijn land. De premier kreeg op zijn verzoek hulp vanuit acht naburige landen.

Turkije, ondanks de gespannen politieke verhouding, stuurde twee blusvliegtuigen. Griekenland heeft zelfs vier van zulke toestellen gezonden. Brandweerlieden uit heel Israël zijn opgeroepen om het vuur te bestrijden.

Pijnbomen

De ramp deed zich voor in een bos met pijnbomen rond de heuvel Carmel, een toeristisch gebied bij Haifa in het noorden van Israël.

De kibboets Beit Oren is in vlammen opgegaan. Bewakers van de gevangenis Damon waren op weg om te helpen bij de evacuatie van de vijfhonderd gedetineerden, toen hun bus in brand vloog.

Twee politieagenten zijn vermist, één is zwaargewond. ''Een enorme ramp'', zei de minister Yitzhak Aharonovitch (Politie). ''We spreken hier over vele slachtoffers. De brand loopt volledig uit de hand.'' Twaalf dorpen met zo'n twaalfduizend mensen zijn geëvacueerd.

Brandstichting

Israël beleeft na een lange droge zomer een ongebruikelijk warme en droge herfst. De temperatuur in Haïfa bedroeg donderdagmiddag 31 graden, aldus de Israëlische meteorologische dienst.

De brand is op meerdere plaatsen ontstaan. Brandstichting is dus niet uitgesloten, zei een politiewoordvoerder.