DEN HAAG - Milities van de Congolese vice-president Jean-Pierre Bemba (48) hebben jonge meisjes verkracht in een school in de Centraal Afrikaanse Republiek (CAR).

Ook bestalen ze burgers en sloegen hen in elkaar, vertelde de eerste getuige op de tweede procesdag in de Bembazaak in het Internationaal Strafhof in Den Haag.

''De school werd een plaats waar orgieën plaatsvonden'', wist de anonieme getuige uit het dorpje Begoua na te vertellen over de gebeurtenissen van eind 2002.

Mobiele telefoons

Ook hielden de milities volgens de man uit CAR mensen op straat staande en stalen hun bezittingen, inclusief hun kleding. Ze werden geslagen als ze niets van waarde bij zich hadden. Ook plunderden de milities volgens hem woningen. ''Ze gingen van deur tot deur en namen alles mee wat ze maar konden vinden, radio's en mobiele telefoons.''

Bemba wordt verdacht van oorlogsmisdaden en misdaden tegen de mensheid in CAR in 2002-2003: moord, verkrachting en plundering. Hij zou 1500 gewapende strijders naar het buurland hebben gestuurd om de door een rebellie belaagde president Ange-Félix Patassé te helpen.

8-jarige dochter

Verder vertelde de getuige: ''Een vrouw bracht haar 8- of 9-jarige dochter naar me toe, bebloed, verkracht. Ze verkrachtten haar voor de ogen van haar moeder in hun woning. Volwassen mannen verkrachtten haar.''

Ook zag de getuige naar eigen zeggen hoe de milities twee mannen doodschoten, een jongen en een oudere man. ''Ze zeiden tegen de jongen dat hij de vijand was. Ze schoten hem van achteren dood. De kogel ging door zijn anus naar binnen en kwam er via zijn hoofd uit.''

Misdaden

Bemba's troepen maakten zich volgens de aanklager schuldig aan grootschalige en georganiseerde misdaden tegen de burgerbevolking. Bemba is niet aangeklaagd als directe dader, maar als commandant.

Een commandant die dit soort misdaden toelaat, is volgens de hoofdaanklager ''honderden keren gevaarlijker'' dan de daadwerkelijke dader van een enkelvoudige misdaad, omdat hij over een leger beschikt.