AMSTERDAM – Een stuk haar dat diende als het bewijsmateriaal op basis waarvan een Texaanse man in 1990 ter dood werd veroordeeld en in 2000 werd geëxecuteerd, was niet van hem. Dat blijkt nu uit dna-onderzoek in opdracht van de Texas Observer.

Het betreffende haartje was afkomstig van het slachtoffer van de dodelijke schietpartij in een slijterij in 1989, schrijft de krant donderdag (plaatselijke tijd). Claude Jones, die werd veroordeeld tot de moord op de slijterij-eigenaar, heeft altijd volgehouden onschuldig te zijn.

De veroordeelde, die weliswaar een lange lijst van strafbare feiten op zijn naam had, verklaarde dat hij in de auto wachtte terwijl zijn medeplichtige de moord pleegde.

Een dag voor zijn dood op 7 december 2000 vroeg Jones andermaal om uitstel van executie en een dna-onderzoek op het enige bewijsstuk tegen hem. Het verzoek werd geweigerd door de Texaanse gouveneur van destijds, George W. Bush.

De methode waarmee het haar is onderzocht, is pas in 2000 in gebruik genomen. Het bewijsmateriaal werd destijds aan een microscopische analyse onderworpen.

Schuld

Hoewel de dna-test schuld noch onschuld van Jones bewijst, toont hij wel aan dat de hele zaak is gebaseerd op een foute conclusie, zegt Barry Scheck, mede-oprichter van het Amerikaanse ‘Innocence Project dat dna-onderzoek bij ter dood veroordelingen stimuleert.

“Onbetrouwbaar forensisch onderzoek en totaal verkeerde omgang met de resultaten, kostten Claude Jones zijn leven”, aldus Schleck in de Observer.