NEW YORK - Bij de drie bedrijven die waren betrokken bij de olieramp in de Golf van Mexico, ontbrak het aan een cultuur van veiligheid.

In de aanloop naar de catastrofe maakten zij volgens de commissie die de ramp in opdracht van de Amerikaanse president Barack Obama onderzoekt, ernstige fouten. Dit meldde de BBC dinsdag.

De Witte Huis-commissie zegt dat bij BP, Transocean en Halliburton een cultuur van zelfvoldaanheid heerste.

Vicevoorzitter Bill Reilly van de onderzoekscommissie riep dinsdag op tot een volledige hervorming van de bedrijven die de Macondo-oliebron exploiteerden. Hij houdt de drie verantwoordelijk voor ''een reeks van slechte beslissingen''.

Haast

''Ze bleken een enorme haast te hebben om de klus te klaren. Men moet zich afvragen waar de drang vandaan kwam dat mensen de beslissing nemen niet te kunnen wachten op goed cement om de bron mee af te dichten'', zei Reilly.

De commissie had eerder gezegd dat het gebruikte cement mogelijk heeft bijgedragen aan de oorzaak van de explosie. Testresultaten van de bedrijven hadden laten zien dat het cement niet stabiel was, aldus de commissie.

Bewuste risico's

Reilly's opmerkingen komen een dag nadat een onderzoeker van de commissie had gezegd dat er geen bewijs is gevonden dat BP bewust risico's heeft genomen om geld te besparen.

De onderzoekscommissie van het Witte Huis zal op zijn vroegst over twee maanden het definitieve rapport over de olieramp naar buiten brengen.