PARIJS - Een van de twee bommen uit Jemen die vorige week werden onderschept in Dubai en Groot-Brittannië, had een kwartier nadat hij onschadelijk was gemaakt moeten exploderen.

Dat heeft de Franse minister van Binnenlandse Zaken Brice Hortefeux donderdag gezegd tegen de zender France 2.

Hortefeux gaf niet aan welke van de twee bommen op scherp stond. Hij maakte de opmerking tijdens een algemene discussie over de dreiging van aanslagen in Frankrijk en de interviewer drong niet aan op meer informatie.

De bommen werden een week geleden onderschept en waren onderweg van Jemen naar Joodse instellingen in de Verenigde Staten.

Eindbestemming

Als het verhaal van Hortefeux klopt, dan sluit het aan bij eerdere uitlatingen van experts dat de bommen tijdens de vlucht moesten afgaan. En dus niet pas op de eindbestemming, de Joodse instellingen in de regio Chicago.

Eerder zei de Britse premier David Cameron dat de in Groot-Brittannië onderschepte bom tijdens de vlucht had moeten ontploffen.

Al-Qaeda

Vermoedelijk zit het terreurnetwerk al-Qaeda op het Arabische Schiereiland (AQAP) achter de bompakketten. Een 28-jarige Saudische bommenmaker, Ibrahim Hassan al-Asiri, is een van de hoofdverdachten.

Volgens experts is hij een van de belangrijkste figuren binnen AQAP. Hij is naar verluidt ook de ontwerper van de 'onderbroekenbom’ waarmee een Nigeriaan op eerste kerstdag een vliegtuig van Amsterdam naar Detroit wilde laten ontploffen.