BUENOS AIRES - De verklaringen die de Argentijns-Nederlandse piloot Julio Poch heeft afgelegd tegenover zijn voormalige collega's bij Transavia, gelden niet als juridisch bewijs, omdat ze niet in een rechtszaal zijn uitgesproken.

Dat heeft een rechtbank in de Argentijnse hoofdstad Buenos Aires vrijdag bepaald, aldus de nieuwssite terra.com.

Om die reden zijn volgens de Kamer de preventieve hechtenis van Poch en de dwangsom van 615 miljoen Argentijnse pesos (een kleine 112 miljoen euro) onrechtmatig.

Aanklacht

Poch blijft voorlopig vastzitten in de gevangenis. Onderzoeksrechter Sergio Torres, die de aanklacht tegen Poch heeft geformuleerd, heeft opdracht gekregen snel te bepalen hoe het proces nu verdergaat.

Poch zou tijdens een etentje op het Indonesische eiland Bali tegen collega’s van de luchtvaartmaatschappij Transavia hebben verklaard dat hij had deelgenomen aan de zogeheten 'vluchten des doods' tijdens de militaire dictatuur in Argentinië van 1976 tot 1983. Tegenstanders van het regime werden levend boven zee naar beneden gegooid.

Valencia

Op basis daarvan startte onderzoeksrechter Sergio Torres een onderzoek. In september vorig jaar werd de piloot in het Spaanse Valencia gearresteerd, vlak voor wat zijn laatste Transaviavlucht had moeten worden. Begin dit jaar leverde Spanje Poch uit aan zijn geboorteland Argentinië.

In de aanklacht wordt Poch medeverantwoordelijk gehouden voor alle misdaden van het legeronderdeel waarvan hij deel zou hebben uitgemaakt. De rechters hebben zich daar vrijdag echter tegen uitgesproken. Ook zou niet aangetoond zijn dat Poch transportvliegtuigen en helikopters, waarmee de doodsvluchten werden uitgevoerd, kon vliegen. Dat laatste heeft de piloot zelf ook in zijn verdediging aangevoerd.