GENEVE - Meer dan 100.000 slachtoffers van de overstromingen in Pakistan zullen de wintermaanden in tentenkampen moeten doorbrengen. Volgens VN-vluchtelingenorganisatie Unhcr staan veel dorpen in het zuiden van Pakistan nog onder water, waardoor mensen niet terug naar huis kunnen.

De zuidelijke provincies Sindh en Baluchistan kampen nog steeds met de gevolgen van de verwoestende overstromingen die eind juli begonnen. Volgens de Unhcr zal het nog maanden duren voor het gebied weer toegankelijk is voor de ontheemden.

''De lokale overheden kijken hoe het stilstaande water kan worden weggepompt, maar dit is een enorme onderneming die waarschijnlijk veel tijd in beslag zal nemen'', aldus een woordvoerder van de organisatie.

3200 kampen

In Sindh zaten tijdens een telling twee weken geleden meer dan een miljoen mensen in circa 3200 kampen. In Baluchistan zitten nog eens 60.000 mensen in kampen.

Ontheemden die kans zien om te vertrekken, doen dat. Maar naar schatting blijven deze winter nog vele duizenden mensen achter in de kampen.

Onbewoonbaar

De overstromingen, die van noord naar zuid door het land trokken en onvoorstelbare verwoestingen met zich meebrachten, hebben 1,7 miljoen woningen onbewoonbaar gemaakt. Circa zeven miljoen mensen hebben nog onderdak nodig.

De Verenigde Naties hadden een oproep gedaan voor 1,5 miljard euro aan hulpgelden, maar daarvan is slechts 39 procent binnengedruppeld.