Hulpverleners Z-Sudan lastiggevallen

AMSTERDAM - Het leger van Zuid-Sudan heeft voedselkonvooien geplunderd en andere aanvallen gepleegd op hulpverleners.

Dat hebben de hulporganisaties dinsdag gezegd. Een hoge militair waarschuwde dat de hulporganisaties het land uit kunnen worden gezet als de kritiek te 'grof' wordt.

Hulporganisaties in Sudan hebben sinds februari tachtig incidenten van belemmering, voertuigkapingen of intimidatie vastgelegd. Er zijn geen hulpverleners omgekomen, maar wel is een aantal van hen gewond geraakt.

De hulpverleners zijn bezorgd dat de toegang tot de behoeftige bevolking nog verder wordt beperkt nu een referendum over de onafhankelijkheid van Zuid-Sudan steeds dichterbij komt.

SPLA

Het Sudanese Volksbevrijdingsleger (SPLA), het voormalige rebellenleger, ontkende dat het bewust het humanitaire werk verhindert. Een woordvoerder erkende wel dat er een incident is geweest in juni. Daarbij zou een hulpverlener leden van een militie die oppositie voert hebben voorzien van voedsel en medicijnen.

De chef-staf van de SPLA, James Hoth Mai, zei dinsdag dat het opbrengen van dergelijke kwesties de enige manier is om ze op te lossen.

Maar hij waarschuwde de hulpverleners ook indirect. "Ik zei: wees alsjeblieft niet zo grof tegen ons, omdat we jullie morgen kunnen vertellen dat jullie het land uit moeten en dan kunnen jullie gaan", aldus Mai.

Beleefd

"Maar vanaf nu komen jullie naar ons toe en leggen jullie je probleem op een beleefde manier aan ons voor, zodat jullie door kunnen gaan met jullie werk en met ons."

De vrees bestaat dat de regering van Zuid-Sudan het leger toestemming heeft gegeven om aanhangers van de oppositie uit te roeien, zonder oog te hebben voor de humanitaire gevolgen.

Lees meer over:
Tip de redactie