PEKING - De regering van China heeft zondag uitgeroepen tot dag van nationale rouw voor de slachtoffers van de aardverschuiving in het district Zhouqu in de noordwestelijke provincie Gansu. Dat heeft het staatspersbureau Xinhua zaterdag gemeld.

De aardverschuiving als gevolg van hevige regen kostte aan zeker 1239 mensen het leven. Onder de modder zouden nog 505 mensen begraven liggen.

De vlaggen zullen zondag in China en bij alle ambassades en consulaten halfstok hangen. Allerlei festiviteiten zijn opgeschort.

Reddingswerkers werken zonder rust te nemen door om te voorkomen dat er in de hitte epidemieën uitbreken. Een medewerker van het ministerie van Volksgezondheid zei dat er putten zijn gegraven om de bevolking van schoon water te voorzien.

Het gevaar bestaat echter dat het water met ziektekiemen wordt besmet tijdens het vervoer naar de bewoners van getroffen gebieden.

Omgekomen

China beleeft de hevigste moessonregens in twaalf jaar. Meer dan 3400 mensen zijn omgekomen of verdwenen sinds het slechte weer in mei begon.

De schade is vergelijkbaar met die in 1998, toen grote delen van het land getroffen werden door de overstroming van de rivier de Jangtsekiang. Toen kwamen meer dan vierduizend mensen om. Miljoenen mensen moesten worden geëvacueerd.