DEN HAAG - De dagboeken van de al vijftien jaar voortvluchtige Ratko Mladic, die in februari tijdens een huiszoeking in Belgrado bij de vrouw van de voormalige Bosnisch-Servische legerleider in beslag zijn genomen, zijn ''erg behulpzaam'' voor de verdediging van zijn voormalige politieke baas, Radovan Karadzic, als zij authentiek blijken te zijn.

Dit heeft Peter Robinson, een van de belangrijkste juridische adviseurs van de ex-president van Republika Srpska die voor het Joegoslavië-Tribunaal in Den Haag terechtstaat, donderdag gezegd tegen het ANP.

Robinson heeft er weken aan besteed om de dagboeken samen met Karadzic door te nemen. Volgens de Amerikaanse jurist blijkt eruit dat Karadzic zich voortdurend heeft ingezet voor een vreedzame oplossing van het conflict in Bosnië.

Afspraken

Ook deed hij, niet altijd met succes, een beroep op het leger en de plaatselijke autoriteiten om zich aan de afspraken met de internationale gemeenschap te houden.

Nadat met de val van de Berlijnse Muur in 1989 een einde was gekomen aan de Koude Oorlog, verwachtte menigeen een betere, vreedzame toekomst voor de mensheid. Groot was dan ook de schrik toen in 1991 Joegoslavië uiteen begon te vallen, wat met bloedige conflicten gepaard ging.

Tal van internationale bemiddelaars, van EU, VN en NAVO, probeerden dan ook de gemoederen op de Balkan te sussen. Karadzic kreeg toen de naam zich niet aan gemaakte afspraken te houden en maar door te gaan met geweld waar moslim- en Kroatische burgers het slachtoffer van werden. Maar volgens Mladic luisterden de Bosnische Serven dus niet altijd naar hun 'oorlogspresident'.

Karadzic

In de aanloop naar het bloedbad van Srebrenica stond Karadzic aan de zijlijn, terwijl er voortdurend contact was tussen Mladic en president Slobodan Milosevic van Servië, zo blijkt volgens Robinson uit de dagboeken.

Karadzic is aangeklaagd wegens de genocide van Srebrenica, de zwaarste misdaad tijdens de Balkanoorlogen van de jaren negentig. De Nederlandse VN-militairen van Dutchbat konden na de val van de Oost-Bosnische moslimenclave op 11 juli 1995 de dood van zo'n 8000 moslimmannen en -jongens niet voorkomen.

Mladic was niet alleen pro forma aan het bureau legerleider, maar leidde de operatie in Srebrenica persoonlijk, zo blijkt onder meer uit videobeelden die Mladic zelf heeft laten maken. Wat daarentegen Karadzic betreft, heeft ook het NIOD na jarenlang onderzoek geen bewijs kunnen vinden voor zijn persoonlijke betrokkenheid.