WASHINGTON - Bij de bestrijding van de olieramp in de Golf van Mexico zijn buitensporig veel chemicaliën ingezet.

De Amerikaanse kustwacht liet toe dat de betrokken oliemaatschappij BP ''excessieve'' hoeveelheden oplosmiddel mocht gebruiken.

Dat blijkt uit documenten die door het Amerikaanse parlement zijn vrijgegeven, meldden Amerikaanse media zondag.

De kustwacht verleende stelselmatig ontheffingen, hoewel de overheid eind mei had bepaald dat de inzet van de giftige chemicaliën zoveel mogelijk moest worden beperkt.

Toestemming

''BP bombardeerde de oceaan met deze chemicaliën, en de kustwacht gaf toestemming'', concludeerde de afgevaardigde Edward Markey. Hij leidt een commissie van het Huis van Afgevaardigden over energie en milieu.

De kustwacht verleende zeker 74 ontheffingen in nog geen twee maanden. In een geval kreeg BP toestemming meer chemicaliën te gebruiken dan de gevraagde hoeveelheid.

Sinds het begin van de olieramp zette BP volgens eigen zeggen ruim 6,8 miljoen liter chemicaliën in.

Milieu

Het concern sproeide oplosmiddelen over olie die op het zeeoppervlakte dreef, maar de stoffen werden ook onder water verspreid in de buurt van de lekkende bron. Deskundigen vrezen dat vooral de inzet in zee grote gevolgen kan hebben voor het milieu.

De kritiek op de kustwacht komt kort voor de geplande definitieve afsluiting van de oliebron die op 20 april was gaan lekken.

Het olielek veroorzaakte naar verluidt de grootste milieuramp in de Amerikaanse geschiedenis.