DEN HAAG - Het geweld dat Nederlandse militairen gebruikten tijdens de vier jaar lange missie in Afghanistan is binnen de internationale en Nederlandse regels gebleven.

Dat stelt het Openbaar Ministerie in Arnhem, dat alle gevechtscontacten op rechtmatigheid toetste. Bij geen enkele geweldsmelding is uiteindelijk tot vervolging overgegaan.

In enkele zaken had het OM eerst nog wel nadere feitelijke onderzoeken ingesteld, zei een woordvoerster van het OM desgevraagd. Ze kan niet zeggen hoeveel geweldsmeldingen Defensie de afgelopen vier jaar heeft gedaan.

Soms zijn in één dossier meerdere gevechtscontacten gemeld als bijvoorbeeld de patrouille lang duurde. Ook de gebeurtenissen waarbij burgerdoden vielen, worden niet als zodanig apart geregistreerd.

Schadeloosstellingen

Volgens Defensie zijn er in vier jaar zeker tachtig Afghaanse burgers gedood en 120 gewond geraakt door toedoen van Nederlanders. Tot en met 2009 kende Defensie schadeloosstellingen toe van in totaal 350.000 euro aan nabestaanden en Afghanen die schade hadden opgelopen aan hun huizen, vee of akkers.

Er lopen nu geen grote zaken meer volgens Defensie, maar via provinciale reconstructieteams (prt's) zijn dit jaar nog wel wat bedragen toegekend. Soms is schade ook betaald terwijl Nederland die niet had veroorzaakt. Dat was om ''goodwill'' te kweken onder de bevolking, aldus een woordvoerster.

Afbouw

Bij de militaire kamer in Arnhem liggen nu, aan het einde van de missie, ook geen geweldszaken meer op de plank om te onderzoeken. Maar tijdens de afbouw van de Nederlandse missie en het terugbrengen van materieel kunnen nog gevechten ontstaan met vijandelijke strijders.

Het OM onderzocht ook kleinere zaken die gelieerd zijn aan de missie zoals wachtdelicten, ongewenst vuren, diefstal of geweld. Daarvoor moest wel een aantal militairen voor de rechter verschijnen. Hoeveel zaken dat precies zijn, heeft het OM niet paraat.

De vorige grote missie, in Irak, van juli 2003 tot april 2005, leverde meer rumoer op. Zo werd marinier Eric O. naar Nederland gehaald en vervolgd, maar uiteindelijk vrijgesproken. Achteraf kwamen nog enkele zaken naar boven, zoals vermeende martelingen van gevangenen en schietpartijen, die later (opnieuw) onderzocht moesten worden.