BISJKEK/NEW YORK - Het geweld in Kirgizië, dat al aan minstens 138 mensen het leven heeft gekost, is niet zozeer veroorzaakt door etnische verschillen maar door klassenverschillen.

Dat stelt onder meer professor Alexander Cooley op de website van The New York Times maandag (lokale tijd). Hij is als Centraal-Azië expert verbonden aan de prestigieuze Amerikaanse universiteit Columbia.

De etnische verschillen tussen Kirgiezen en Oezbeken zijn nauwelijks waarneembaar. Beide bevolkingsgroepen zijn overwegend moslim en spreken vrijwel dezelfde taal.

Het enige grote verschil ligt op economisch vlak. Kirgiezen zijn traditioneel nomaden en Oezbeken boeren.

Geslaagde ondernemers

Dit is uitgegroeid tot het hedendaagse klassenverschil in het land. Oezbeken zijn veelal geslaagde ondernemers, wat geleid heeft tot verontwaardiging bij de arme Kirgizische meerderheid in de voormalige Sovjetstaat. Tegelijkertijd voelden de Oezbeken zich ondervertegenwoordigd bij de overheid, zowel op nationaal als lokaal niveau.

De interim-regering had een referendum gepland voor 27 juni over een ontwerp voor een nieuwe grondwet. Daarin wordt het Russisch als tweede taal aangemerkt en de Oezbeekse taal niet genoemd, ondanks dat 15 procent van de inwoners van Kirgizië etnisch Oezbeeks is.

In de zuidelijke stad Osj, waar vorige week het geweld oplaaide, is ongeveer de helft van de inwoners van Oezbeekse afkomst.

Spanningen

De politieke onrust zou vooral de sluizen hebben opengezet voor sluimerende spanningen. Ook stellen sommige analisten, dat criminele bendes die de regering van de afgezette president Koermanbek Bakijev steunen, de onrust hebben veroorzaakt om de interim-regering te destabiliseren.

Vooral etnische Oezbeken steunen de interim-regering, terwijl etnische Kirgiezen in het zuiden veelal loyaal zijn gebleven aan Bakijev.