AMSTERDAM - Deskundigen van het olieconcern BP zijn erin geslaagd de lekkage van olie en gas in de Golf van Mexico te stoppen. Dat meldde een woordvoerder van de Amerikaanse Kustwacht donderdag.

BP zelf is voorzichtiger. Een woordvoerder van het bedrijf zei in een reactie op de beweringen van de Kustwacht dat het nog tot en met vrijdag kan duren voordat er zekerheid is over het succes van de de zogeheten 'Top Kill'-operatie, die woensdag begon.

Kustwachtcommandant Thad Allen zei echter tegen het radiostation WWL First News dat er geen olie en gas meer uit de kapotte leiding naar de oppervlakte stroomt. Op rechtstreekse videobeelden op de website van BP was te zien dat er nog altijd bepaalde stoffen uit de leiding lekken, maar het gaat kennelijk niet om olie en gas.

Te vroeg

Allen zei dat het nog te vroeg is om te spreken van een succes. BP pompt onder hoge druk heel zware boorvloeistof in het gat, waarmee het hoopt het olie- en gaslek te dichten. Later wordt de leiding mogelijk afgedekt met beton.

Deskundigen van de Amerikaanse overheid maakten eerder op de dag al bekend de omvang van de olielekkage in de Golf van Mexico veel hoger te schatten dan het Britse olieconcern BP. Dagelijks zou er ruim drie miljoen liter olie in zee stromen.

Olie

De specialisten van BP stelden op basis van eigen ramingen dat er op dagbasis bijna 800.000 liter olie in zee terecht zou komen. Ze gaven wel toe dat deze raming weinig precies was.

Als de inschatting van de overheidsdeskundigen klopt, dan zou er ongeveer honderd miljoen liter olie in zee zijn gestroomd sinds de explosie op het boorplatform Deepwater Horizon op 20 april. Daarbij vonden zeker elf mensen de dood.