LONDEN - Ondanks de winst die zijn Conservatieve Partij bij de Lagerhuisverkiezingen heeft geboekt, is David Cameron er niet zeker van dat hij de nieuwe Britse premier en de eerste Conservatieve regeringsleider sinds 1997 wordt.

De uitslag van de Britse parlementsverkiezingen laat zien dat geen partij de absolute meerderheid heeft behaald, waardoor Groot-Brittannië voor het eerst sinds 1974 weer een zogenoemd hangend parlement krijgt.

De huidige Labourregering van premier Gordon Brown blijft demissionair in afwachting van de vorming van een nieuwe regering.

Cameron

Cameron zal het initiatief aan premier Brown moeten laten. Pas als die er niet in slaagt een regering te vormen die het vertrouwen van de meerderheid van het Lagerhuis geniet, komt hij aan bod.

De grote verdienste van de 43-jarige Cameron is geweest dat hij de Conservatieve Partij na drie verkiezingsnederlagen weer in het centrum van het politieke spectrum wist te plaatsen.

Rijke beurshandelaar

Cameron is de zoon van een rijke beurshandelaar. Hij ging naar de eliteschool Eton en genoot zijn universitaire opleiding in Oxford.

Na zijn studie werkte Cameron als onderzoeker voor de Conservatieven en werd medewerker van Normant Lamont, die begin jaren negentig minister van Financiën was in de regering van John Major. De partij raakte in die periode steeds meer verzwakt door interne ruzies.

Leiderschap

Na de machtsovername door Labour in 1997 begon een lange periode in de oppositie. De partij kende daarna veel wisselingen in het leiderschap. Pas met de komst van Cameron in 2005, die vier jaar eerder in het Lagerhuis was gekozen, kwam daar een einde aan. De levenslustige jongeling wist weer eenheid te brengen in de partij.

Hij nam afstand van het harde imago dat de partij onder Margaret Thatcher en Major in de jaren tachtig en negentig had opgebouwd. Hij legde meer nadruk op linkse thema's als milieu en een nationale gezondheidszorg. Ook was hij een tegenstander van al te veel belastingverlagingen, waar zijn partij prat op gaat.

'Hung parliament'

In een 'hung parliament' heeft geen partij meer dan de helft van de zetels in het House of Commons, het Lagerhuis. Er zijn dan meerdere partijen nodig om wetgeving door te voeren. In Nederland is dat met zijn stelsel van evenredige vertegenwoordiging normaal.

In Groot-Brittannië met zijn districtenstelsel, waarbij de kandidaat met de meeste stemmen in een district wint, is dat een uitzondering. De Conservatieven worden zeker de grootste partij, maar komen met een verwacht zetelaantal van 305 zetels tekort voor een absolute meerderheid van 326.