BAGDAD - Het aantal burgers in Irak dat door geweld is omgekomen, is in april fors gestegen in vergelijking met de maanden ervoor. Kostten bomaanslagen en ander geweld in februari en maart nog respectievelijk 211 en 216 mensen het leven, in april was dat aantal opgelopen tot 274.

Dat blijkt uit cijfers die de regering in Bagdad zaterdag publiceerde.

De toename van het aantal doden valt samen met het conflict over de uitslag van de parlementsverkiezingen van 7 maart. De seculiere partij Iraqiya van oud-premier Iyad Allawi behaalde twee zetels meer dan de partijenbond Rechtsstaat van premier Nuri al-Maliki.

Iraqiya wordt door veel leden van de soennitische minderheid gesteund. Rechtsstaat heeft vooral aanhang onder de sjiitische meerderheid. Maliki betwist de uitslag. Allawi heeft daarop gewaarschuwd dat de pogingen om zijn partij de overwinning te ontnemen tot meer geweld zullen leiden.

Autobommen

Op 23 april stierven in sjiitische wijken van Bagdad 56 mensen, toen opstandelingen een reeks aanslagen met autobommen pleegden. Bomaanslagen kostten op 6 april 35 mensen het leven. Op 4 april kwamen door zelfmoordaanslagen op ambassades 41 personen om.

Sinds de Brits-Amerikaanse invasie in Irak in maart 2003 heeft het geweld in het Arabische land aan ongeveer 100.000 burgers het leven gekost.