PEKING - Een aardbeving in het westen van China heeft woensdag aan zeker vierhonderd mensen het leven gekost. Dat melden Chinese staatsmedia, die rekening houden met zo'n achtduizend gewonden.

De beving had volgens het Amerikaanse geografische instituut USGS een kracht van 6,9 op de schaal van Richter en ontstond op een diepte van tien kilometer. Het epicentrum lag in de westelijke provincie Qinghai, vlakbij de grens met Tibet.

In het arme en dunbevolkte gebied staan veel krakkemikkige gebouwen. Volgens de eerste berichten zijn veel panden ingestort.

School verwoest

Veel mensen liggen nog onder het puin van ingestorte gebouwen in het bergachtige gebied. Ook is er een school verwoest, waardoor leerlingen zijn omgekomen. Ruim 85 procent van de gebouwen in de stad Jiegu, vlakbij het epicentrum, is ingestort.

Veel wegen zijn beschadigd of geblokkeerd door aardverschuivingen en elektriciteitskabels zijn geknapt, aldus lokale functionarissen. Kort na de beving deed zich een aantal naschokken voor.

Paniek

''Veel gewonden lopen rond op straat, er heerst paniek'', liet een lokale functionaris weten. Veel mensen hebben verwondingen aan hun hoofd. Militairen die naar het getroffen gebied zijn gestuurd, zijn druk aan het graven met hun handen. Er zijn nog geen graafmachines aangekomen of medisch materiaal, onder meer door de verwoeste infrastructuur.

Sichuan

Qinghai grenst aan de provincie Sichuan, die twee jaar geleden werd getroffen door een zware aardbeving. Volgens officiële cijfers kwamen daardoor meer dan 68.000 mensen om het leven.