BOEDAPEST - Hongarije heeft een ruk naar rechts gemaakt bij de parlementsverkiezingen zondag. Volgens de eerste prognoses na sluiting van de stemlokalen wonnen de rechtse partijen ten koste van de regerende socialisten.

Winst was er voor de centrumrechtse oppositiepartij Fidesz, die kans maakt op een twee derde meerderheid in het parlement. Dat geeft Fidesz de mogelijkheid de grondwet te wijzigen.

De extreem rechtse Beweging voor een Beter Hongarije (Jobbik) komt voor het eerst in het parlement.

Fidesz behaalde in de eerste ronde van de stembusgang 54 tot 57 procent van de stemmen, Jobbik 17 procent. Fidesz pleitte voor belastingverlagingen, het scheppen van banen en het aanpakken van bureaucratie en corruptie. Partijleider Viktor Orban was al premier van 1998 tot 2002.

Antisemitisch

De leiders van Jobbik profileerden zich met antisemitische uitspraken en openlijke afkeer van de circa 800.000 zigeuners in het land, dat kampt met de ernstigste recessie in bijna twintig jaar.

De socialisten (19 tot 20 procent) kregen waarschijnlijk de rekening gepresenteerd voor de bezuinigingsmaatregelen die ze doorvoerden om het land te behoeden voor een bankroet. Zij moeten na acht jaar regeren waarschijnlijk oppositie gaan voeren.

Wachtrijen

Oorspronkelijk hadden om 19.00 uur alle stemlokalen moeten sluiten. Maar stembureaus met lange rijen wachtenden mochten langer openblijven. Het stemmen duurde daar langer wegens administratieve problemen, meldde de landelijke kiescommissie.

Op 25 april wordt de tweede ronde gehouden.