BRUSSEL/BELGRADO - Het Servische excuus voor het bloedbad in het Bosnische Srebrenica is een ''belangrijke stap'' voor Servië en voor ''verzoening in de regio''.

Dat hebben EU-buitenlandchef Catherine Ashton en eurocommissaris Stefan Füle (Uitbreiding) woensdag gezegd in een gezamenlijke verklaring.

Het parlement van Servië, dat graag wil toetreden tot de Europese Unie, had in de nacht van dinsdag op woensdag een resolutie aangenomen waarin de moorden van Srebrenica worden veroordeeld.

Blauwhelmen

In het Oost-Bosnische dorpje hadden Servische militairen in juli 1995 duizenden moslimmannen en -jongens weggevoerd en vermoord. Nederlandse blauwhelmen waren niet in staat de enclave te verdedigen.

''De bevolking van Servië toont dat ze afstand wil nemen van die gruwelijke misdaad'', zei president Boris Tadic naderhand. Het was voor het eerst dat de Servische volksvertegenwoordiging het bloedbad formeel veroordeelde.

Etnische Serviërs

Toch was niet iedereen zo positief. Volgens het conservatieve Servische parlementslid Velimir Ilic is wat in Srebrenica is gebeurd ''niet erger dan wat in andere plaatsen gebeurde''. Hij doelde onder meer op het lot van etnische Serviërs in Kroatië. Overlevenden van 'Srebrenica' zijn juist onthutst dat de Servische resolutie nergens het woord 'genocide' in de mond neemt.

Enkele hoofdverdachten van het bloedbad, onder wie de Bosnisch-Servische ex-president Radovan Karadzic, staan terecht voor het Joegoslavië-Tribunaal in Den Haag.

Generaal Ratko Mladic, die de Servische troepen destijds aanvoerde, is nog altijd voortvluchtig. Nederland wil Servië pas laten toetreden tot de EU als ook hij is opgepakt.