AMSTERDAM - Minstens 321 burgers zijn eind 2009 omgebracht in Congo. Dat gebeurde bij een slachtpartij van het zogenoemde rebellenleger van de Heer (LRA) waarover niet eerder is bericht, meldt Human Rights Watch.

Sommige dorpelingen die gevangen werden genomen zijn vrijgelaten, met hun oren en lippen afgesneden. Dat was een waarschuwing voor wat er met anderen zou gebeuren als ze zouden praten.

Ongeveer 250 mensen werden ontvoerd tijdens een aanval in het Makombo gebied ten noordoosten van Congo. Onder hen waren zeker tachtig kinderen. De slachtpartij is volgens Human Rights Watch een van de ergste ooit in het 23-jarig bestaan van de LRA.

Zeker tien dorpen werden van 14 december tot en met 17 december geterroriseerd. Het duurde maanden voordat dit naar buiten kwam.

Opgehangen

De meeste slachtoffers zijn mannen die zijn opgehangen. Sommigen zijn aan een boom vastgebonden voordat ze met machetes dood werden gehakt. Bij anderen werd de schedel ingeslagen met een bijl. Een 3-jarig meisje is levend verbrand.

Daarna werden de vrouwen en kinderen ontvoerd. Zij moesten bijna honderd kilometer lopen. Degenen die te langzaam liepen werden doodgeschoten. Kinderen werden gedwongen andere kinderen die bevelen van de rebellen hadden genegeerd te executeren.

Lijken

Ook moesten ze een cirkel om een kind vormen en hem om beurten met een zwaar voorwerp op het hoofd slaan totdat hij omkwam. Langs de hele route van Makombo naar het dorp Tapili lagen volgens getuigen lijken.

Het LRA wordt beschouwd als een van de bruutste groepen in Afrika. De leiders worden internationaal gezocht. De rebellen begonnen in Uganda, maar werden richting Congo gedreven.

De slachtpartij van december is maar een van de vele wreedheden die zij op hun naam hebben staan. Precies een jaar eerder brachten de rebellen tijdens de kerstvakantie 865 burgers om. Het ging om een vergelding voor een aanval van de overheid.