STOCKHOLM - Ontwikkelingslanden zijn verwikkeld geraakt in een gevaarlijke wapenwedloop. Zij besteden vooral recordbedragen aan gevechtsvliegtuigen.

Dat stelt het internationale instituut voor vredesonderzoek Sipri in zijn jongste jaarlijkse rapport dat maandag verschijnt. De invloedrijke denktank, gevestigd in het Zweedse Stockholm, spreekt zijn zorgen uit over de wapenrace in de '' spanningsregio's'' Midden-Oosten, Noord-Afrika, Zuid-Amerika, Zuid-Azië en Zuidoost-Azië.

Staten die over de benodigde middelen beschikken, bestellen aanzienlijke hoeveelheden vliegtuigen om hun luchtmacht uit te breiden, aldus een Sipri-deskundige. Rivalen reageren door eveneens toestellen te kopen.

Algerije

Algerije bijvoorbeeld steeg naar de negende plaats op de lijst van grootste wapenimporteurs. Maleisië verhoogde de invoer van wapens in de periode 2005-2009 met 722 procent. Sipri wijst erop dat in de onstabiele regio's tegelijkertijd grote armoede heerst.

Volgens het instituut is de wapenhandel de afgelopen vijf jaar wereldwijd met 22 procent gestegen in vergelijking met de periode 2000-2004. De import van gevechtsvliegtuigen maakt ruim een kwart uit van het hele handelsvolume.

Verenigde Staten

De Verenigde Staten bleven de grootste wapenexporteur met een aandeel van 30 procent aan de handel, met Rusland op de tweede plaats (23 procent). Duitsland werd derde met een aandeel van 11 procent.

De Bondsrepubliek zag de afgelopen vijf jaar zijn uitvoer van wapentuig meer dan verdubbelen. Vooral pantservoertuigen en duikboten vonden gretig aftrek. Belangrijkste klant was Turkije, dat 14 procent van de Duitse wapenproductie afnam, op de voet gevolgd door Griekenland (13 procent).

Griekenland, dat met enorme financiële tekorten kampt, was de afgelopen vijf jaar een van de vijf grootste wapenimporteurs ter wereld.