BELGRADO - Negen Servische ex-paramilitairen zijn opgepakt op verdenking van oorlogsmisdaden tijdens de oorlog in Kosovo (1998-1999).

Twee andere verdachten zijn nog spoorloos. Dat heeft een woordvoerder van de aanklager van het Servische Tribunaal voor Oorlogsmisdaden zaterdag bekendgemaakt.

De elf oud-strijders zouden op 14 mei 1999 meer dan veertig etnische Albanezen hebben vermoord in het dorp Cuska, in het noordwesten van Kosovo. De verdachten waren lid van de paramilitaire eenheid De Jakhalzen.

Het leger van het toenmalige Joegoslavië probeerde in 1998 een einde te maken aan een opstand van het Kosovaarse Bevrijdingsleger (UCK).

Duizenden mensen kwamen om het leven en honderdduizenden sloegen op de vlucht. Een NAVO-bombardement op Servië maakte een jaar later een einde aan het conflict.

Onafhankelijk

Na de oorlog werd Kosovo onder VN-bestuur geplaatst. Twee jaar geleden verklaarde Kosovo zich onafhankelijk.

Een aantal westerse landen, waaronder Nederland en de Verenigde Staten, heeft de onafhankelijkheid erkend. Servië ziet Kosovo als zijn grondgebied en wordt daarin gesteund door onder meer Rusland, Spanje en China.