PORT-AU-PRINCE - Circa 650.000 mensen die dakloos werden door de aardbeving van begin januari in Haïti, hebben nog altijd geen beschuttende materialen ontvangen. Dat meldde het Rode Kruis zondag.

Oorspronkelijk waren er 1,3 miljoen daklozen.

Vanuit de hele wereld zijn zeildoeken, tenten, touwen, houten planken en gereedschap naar het armste land van het westelijk halfrond gestuurd. Het Rode Kruis wil uiterlijk op 1 mei, als het regenseizoen het hevigst is, alle hulpbehoevenden van onderdak hebben voorzien.

Aardbeving

De aardbeving richtte grootschalige verwoestingen aan, met name in de hoofdstad Port-au-Prince en omgeving. Volgens de autoriteiten in Haïti kwamen meer dan 220.000 mensen om het leven door de beving en een reeks naschokken.

Andere bronnen stellen dat aanzienlijk minder personen zijn gestorven tijdens de ramp.

Tentenkampen

Honderdduizenden overlevenden wonen in overbevolkte tentenkampen in laaggelegen delen van Port-au-Prince. Hulporganisaties zijn bezig met het opzetten van kampen met betere voorzieningen, zoals toiletten en stromend water, op locaties die meer geschikt zijn om dagenlange hevige regenval te doorstaan.

''De nood is nog steeds hoog'', aldus Gregg McDonald, de specialist die leiding geeft aan de operatie van het Rode Kruis in Haïti. ''Dat we al zoveel mensen hebben kunnen helpen ondanks de omstandigheden waarmee we allemaal kampen, is een prestatie die niet mag worden onderschat."

"Maar ondanks het succes verliezen we zeker niet uit het oog dat er nog duizenden mensen zijn die we nog niet hebben kunnen helpen.''