BELFAST - De Britse regering zal de zeggenschap over politie en justitie in Noord-Ierland in april overdragen aan de Noord-Ierse regering.

Het is een nieuwe mijlpaal sinds het Goede Vrijdagakkoord van 1998 vrede bracht in de door geweld verscheurde provincie. Een overzicht van de belangrijkste gebeurtenissen de afgelopen twaalf jaar.

1998: op 10 april (Goede Vrijdag) ondertekenen de Britse en Ierse regeringen het akkoord van Belfast. Volgens de bepalingen moeten militante groeperingen in Noord-Ierland de wapens neerleggen en mag Ierland geen aanspraak meer maken op de provincie.

1999: de eerste Noord-Ierse regering bestaande uit katholieken en protestanten komt tot stand. Twee minister worden geleverd door de pro-Ierse partij Sinn Féin, de politieke tak van de paramilitaire organisatie Iers Republikeins Leger (IRA).

2001: de IRA begint met ontwapenen.

2003: Sinn Féin en de pro-Britse Democratische Unionistische Partij (DUP) zijn na verkiezingen de belangrijkste partijen in Noord-Ierland.

2007: De paramilitaire organisatie Ulster Vrijwilligersleger (UVF), de gezworen vijand van de IRA, kondigt aan geweld voortaan te schuwen, maar weigert haar leden te ontwapenen.

2009: Splintergroeperingen van de IRA schieten twee Britse soldaten en een politieagent dood. De regering in Belfast maant het publiek tot kalmte.

2010: De leider van de DUP, Martin Robinson, legt tijdelijk zijn functie als premier neer in verband met een schandaal waarbij zijn vrouw is betrokken.