AMSTERDAM - Dertien Aziatische landen hebben een verdrag opgesteld dat ertoe moet leiden dat het aantal in het wild levende tijgers in 2022 verdubbeld is.

Vertegenwoordigers van de landen zijn bijeen in de Thaise kustplaats Hua Hin in het kader van de eerste Ministeriële Conferentie voor het Behoud van de Tijger.

In het conceptverdrag staat dat de dertien landen overeengekomen zijn om belangrijke leefgebieden van de tijger te beschermen. Bovendien moeten bufferzones en wildcorridors, die nationale parken met elkaar verbinden, beschermd worden.

Ook een verbod op de handel in tijgers en het terugdringen van de stroperij door een strengere wetgeving wordt van groot belang geacht.

Geen extra geld

In het plan wordt geen extra geld beschikbaar gesteld voor de instandhouding van het roofdier. Gesteld wordt dat de bij het project betrokken landen hiervoor geld kunnen gebruiken dat onder andere afkomstig is van ecotoerisme en infrastructuurprojecten.

"Met de politieke wil en de implementatie van de nodige maatregelen kan de uitroeiing van de tijger in een groot deel van hun leefgebieden worden afgewend. Het voortbestaan van de tijger is van groot belang voor de biodiversiteit en voor het behoud van ons cultureel erfgoed", schrijven de landen in het verdrag.

Uitgestorven

Tijdens een bijeenkomst in september, in het Russische Vladivostok, zal het verdrag officieel door de presidenten van de dertien landen bekrachtigd worden.

Door menselijk handelen, met name door stropen en een afname van negentig procent van het leefgebied, zijn de aantallen tijgers sterk gedaald.

Waren er aan het begin van de twintigste eeuw nog zo'n honderdduizend, nu zijn er nog maar 3600 tijgers. De Javaanse en de Balinese tijger zijn in de vorige eeuw uitgestorven.

De dertien landen die aan de conferentie deelnemen zijn Bangladesh, Bhutan, Cambodja, China, India, Indonesië, Laos, Maleisië, Birma, Nepal, Rusland, Thailand en Vietnam.