WASHINGTON - Het Amerikaanse leger had in 2001 terroristenleider Osama bin Laden in handen kunnen krijgen, als er andere strategische keuzes gemaakt waren. Dat blijkt uit een rapport van een Amerikaanse Senaatscommissie onder leiding van de Democraat John Kerry.

''Bin Laden lag voor het grijpen'', zo staat in het zondag gepubliceerde rapport te lezen.

Volgens de commissie hadden de toenmalige minister van Defensie Donald Rumsfeld en zijn hoogste militaire leider Tommy Franks moeten besluiten meer militairen in te zetten.

''In plaats daarvan kozen de bevelhebbers voor luchtaanvallen en de inzet van ongetrainde Afghaanse milities om Bin Laden aan te vallen.''

Tora Bora

In het rapport staat verder dat Bin Laden in december 2001 zeker in Tora Bora in Afghanistan was. Dat berggebied werd dagenlang bestookt door gevechtsvliegtuigen.

''Op of rond 16 december verlieten Bin Laden en zijn mensen echter ongeschonden Tora Bora en verdwenen ze in de ongereguleerde tribale regio's in Pakistan. Veel analisten denken dat hij daar nog steeds is'', aldus het rapport.

De ''gefaalde'' operatie om Bin Laden op te pakken, heeft volgens het rapport veel consequenties.

Symbolisch

''Het zou de extremistische dreiging niet hebben weggenomen. Maar de besluiten hebben wel de deur geopend voor zijn vlucht naar Pakistan en hebben ervoor gezorgd dat Bin Laden op kon staan als symbolisch figuur, die een stabiele stroom geld aantrekt en wereldwijd radicalen inspireert.''

Het rapport kan volgens analisten ook worden gezien als steuntje in de rug voor de huidige president Barack Obama. Die overweegt meer troepen naar Afghanistan te sturen. Kerry zou met het rapport aantonen dat kiezen voor meer militairen, lang niet altijd de verkeerde keuze is.

Bin Laden, leider van al-Qaeda, wordt onder meer verantwoordelijk gehouden voor de aanslagen op de VS in september 2001. Dat was de aanleiding voor het offensief in Afghanistan, dat inmiddels al meer dan acht jaar gaande is.