LONDEN - Rijke landen hebben arme naties veel geld beloofd om de gevolgen van de klimaatschommelingen aan te kunnen. In een verklaring in Bonn in 2001 werd gesproken van zeker 410 miljoen dollar per jaar tot 2008, maar in de boeken is hiervan niets terug te vinden.

Dat berichtte de BBC woensdag. Terwijl de aarde naar verluidt flink opwarmt, blijken de gulle giften van twintig geïndustrialieerde landen een fata morgana.

Zo is er een potje geld dat Fonds Minst Ontwikkelde Landen heet, waarin slechts 155 miljoen dollar is gestort, waarvan het meeste door de Bondsrepubliek (34,6 miljoen dollar).

Er is ook nog een Speciaal Fonds Klimaatsverandering. Dat beschikt over 104 miljoen dollar waarvan bijna een vijfde door de Britse regring is overgemaakt. Van de toegezegde 1,6 miljard dollar is dus bijzonder weinig te zien.

Kwestie van vertrouwen

De secretaris-generaal van de Verenigde Naties, Ban Ki-moon, heeft de rijke landen er aan herinnerd dat ze woord moeten houden. Dit is een kwestie van vertrouwen volgens de VN-chef.

De bekostiging van de beperking van de schadelijke gevolgen van een klimaatverandering is een van de belangrijkste agendapunten van de internationale klimaattop die komende maand in Kopenhagen wordt gehouden.

De berekening van de BBC werpt een donkere schaduw over die klimaatbijeenkomst. Het lijkt erop dat in Kopenhagen een politiek akkoord gesloten wordt, waarna pas later een juridisch bindend verdrag volgt.

Kopenhagen

Volgens Milieudefensie is dat in theorie mogelijk, maar zijn er nog wel wat beren op de weg. ''In Kopenhagen moeten dan de juiste beslissingen worden genomen. En er moet afgesproken worden hoe landen zich aan hun afspraken gaan houden'', zegt Linda IJmker van de milieuorgansiatie.

Eerder liet minister Bert Koenders van Ontwikkelingssamenwerking zich ook kritisch uit over de manier waarop sommige landen geld geven aan arme landen om de gevolgen van klimaatverandering tegen te gaan.

''Een aantal landen probeert om dit geld onder de bestaande ontwikkelingshulp te schuiven. Dan kan het dus zo zijn dat een minister in Afrika moet kiezen tussen het aanleggen van een dijk of het bestrijden van malaria'', aldus Koenders. Volgens de minister moet het geld voor de klimaataanpassingen boven op het geld voor ontwikkelingshulp komen.